Verslag toevalsmuziek of niet?

Gegeven door Marian van Dijk (museum Speelklok) op zaterdag 30 januari 2021.

Na een digitale inloop van drie kwartier geeft Marianne Poppenk het reglement van deze lezing aan de deelnemers door, benoemt moderator Frank de digitaal aanwezigen en leidt Anneke Kuilman spreekster Marian van Dijk in. De microfoons van de toehoorders worden uitgeschakeld en Marian steekt vol enthousiasme van wal, gelardeerd met korte muziekfragmenten. Frank bedient de powerpoint presentatie, die vooral dient als houvast voor Marian.

Heel vroeger ontstond muziek simpelweg door voorzingen en voorspelen en nazingen en naspelen. Gaandeweg de eeuwen zijn veel melodieën en toonsystemen verloren gegaan. In Azië ontstonden Raga's, waarbij muziek heel anders werd genoteerd dan hier. Ze bestonden uit een patroon van zowel melodie als emotie en doen voor ons soms wat vals aan. Onder invloed van de kerk ontstond in Westerse landen het notenschrift. Hiermee werd controle verkregen en het vastleggen van melodie en toonhoogte werd mogelijk. Hierdoor werd meezingen en herhalen van de melodie ook mogelijk.

In de tijd van Mozart werden er voor het eerst speciale concertzalen gebouwd voor muziekoptredens. Het ging hierbij puur om de muziek, niet meer om het geloof. Ook ontwikkelde Mozart een spel met dobbelstenen om een soort toevalsmuziek te laten ontstaan. Op die manier kon men thuis ook muziek gaan maken. Het is echter wel zo dat, als je alle maten aan elkaar wilt laten passen, er niet al te verrassende elementen in moeten zitten.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond de zogenaamde toevalsmuziek, waarbij de componist de controle gedeeltelijk uit handen gaf. Aan het einde van de negentiende eeuw vond Nicolaas Winkel de metronoom uit, om het ritme van de melodie aan te geven. Ook de luidheid van muziekstukken werd op papier vastgelegd.

In de twintigste eeuw wilden componisten meer vrijheid terug, minder controle en hiërarchie. Zij wilden geen toonsoorten, maar nieuwe klanken. Het publiek kon deze instelling lang niet altijd even goed begrijpen of waarderen. Er kwam bijvoorbeeld steeds meer slagwerk en er werden ook willekeurige buitengeluiden gebruikt.

In 1958 ontstond er, mede door de ontwikkelingen bij Philips, elektronische muziek. Ook ontstond in de twintigste eeuw de jazzmuziek. Men hoefde hierbij alleen maar een akkoord af te spreken en daarna speelde men eenvoudigweg voor en na, net als in vroeger tijden. Elke solist kon op die manier even zijn of haar momentje op het podium pakken.

Pioniers in de muziek waren David Bowie, Brian Eno en John Williams, die gebruik gingen maken van algoritmen om toevalsmuziek te creëren. Robots worden daarbij geprogrammeerd en dat is in de expositie in museum Speelklok ook te beleven. Marian nodigt een ieder uit om dat te doen zodra de musea weer open mogen.

Eindconclusie: Eigenlijk bestaat echte toevalsmuziek niet. Muziek is altijd een vorm van georganiseerd geluid.

Na de lezing kon men vragen stellen en gaf gastspreker Fleur Brom, die over een maand de zoom lezing verzorgt, een inleiding op haar thema.

Ten slotte kon men in kleine subgroepjes nog even napraten. Het was leuk om elkaar na zo veel tijd weer eens te zien, horen en spreken. En zeer verrassend wie je digitaal ging ontmoeten. Al met al werd het een ochtendvullend programma. Met zeer grote dank aan Frank, die dit digitaal ontmoeten mogelijk maakte.

Angelique Ten Holter