Handreiking aan musea

Hoe uw museum toegan­ke­lijker te maken voor blinden en sle­cht­zienden.
Herziene versie voorjaar 2020.

Download de Handreiking aan musea als PDF document (bestandsgrootte: 56 kB) Download de Handreiking aan musea als Word document (bestandsgrootte: 107 kB)

Inhoudsopgave

Inleiding

Voor u ligt de Handreiking van Stichting KUBES voor musea en andere culturele organisaties die hun collectie toegankelijk(er) willen maken voor mensen met een visuele beperking.

Stichting KUBES heeft als doelstelling de deelname van blinden en slechtzien­den aan het culturele leven te bevorde­ren. Zij doet dit door het organiseren van speciale workshops, excursies en exposities van werken van bij KUBES aangesloten blinde en slechtziende kunstenaars.

Daarnaast geeft KUBES adviezen op toegankelijkheidsgebied aan de museumwereld en informatie over toegankelijke culturele en kunstzinnige activiteiten aan de doelgroep.

Deze handreiking is een bundeling van kennis en praktijkervaring, die is opgedaan in ruim 30 jaar. Hierbij vormt de omstandigheid dat de meeste van onze vrijwilligers zelf blind of slechtziend zijn een belangrijke meerwaarde. Zij brengen veel ervaringsdeskundigheid mee.

KUBES heeft een commissie Excursies & Advisering die voor beoordelings- en adviseringstrajecten kan beschikken over een poule van deskundige beoordelaars uit de doelgroep.

KUBES kan adviezen geven bij onder meer:

  • verbouwings- en nieuwbouwplannen

  • het toegankelijk(er) maken van bestaande collecties

  • het samenstellen van speciale tentoonstellingen

Wij hebben tijdens excursies en werkbezoeken gemerkt dat er onder museummedewerkers grote bereidheid is om de collecties voor onze doelgroep toegankelijker te maken. Met deze handreiking willen wij de museumwereld voorzien van een aantal praktische adviezen waardoor het gemakkelijker wordt om toegankelijkheidsbe­vorderende maatregelen te treffen.

Wij hopen dat deze handreiking u antwoorden geeft op vele vragen die bij de eerste stap naar meer toegankelijkheid boven komen.

Wij hopen ook dat u vervolgens contact opneemt met Stichting KUBES voor een advies op maat of het samenstellen van een test- of pilotgroep.

Wij wensen u veel succes toe bij het toegankelijk maken van uw museum!

Stichting KUBES (Kunst en cultuur voor blinden en slechtzienden)

https://www.kubes.nl

Welke maatregelen en aanpassin­gen zijn denk­baar?

Voor het organiseren van een aangepaste tentoonstelling/rond­leiding voor mensen met een visuele beperking zijn diverse maatregelen nodig.

Ener­zijds zijn er de algemene aanpas­singen voor de hele groep, ander­zijds vragen blinden weer andere voorzieningen dan slechtzienden.

Algemene aanbevelingen

  1. Plattegrond en maquette van het museum

Een voelbare maquette van het museum en een plattegrond van het gebouw in reliëf zijn aan te bevelen. Zo kunnen blinden en slecht­zienden aan het begin van een rondleiding of bezoek een globale indruk krijgen van het gebouw, zowel qua omvang als ruimtelijke indeling.

  1. Behoud en beheer

Wij willen er zeker niet voor pleiten dat alles maar aangeraakt moet kunnen worden. Er is uiteraard begrip voor de argumenten inzake de kwetsbaarheid van de objecten. Wel vindt KUBES dat de mogelijkheden voor tactiele kennismaking met museale col­lecties zoveel mogelijk moeten worden benut en uitgebreid. Hierbij valt te denken aan:

  • Het alleen tijdens speciale rondleidingen laten aanraken van bepaalde

objecten

  • Het laten aanraken van objecten uit het depot

  • Het laten vervaardigen van replica's, maquettes, reliëfkaarten

Bij het aanraken kan natuurlijk gevraagd en vereist worden dat scherpe sieraden worden afgedaan en de handen van tevoren met een speciale vloeistof worden gereinigd dan wel gebruik gemaakt wordt van dunne kunststof handschoenen.

  1. Blindengeleidehonden

Stichting KUBES is van mening dat de blindengeleidehond en zijn eigenaar onaf­scheidelijk zijn en gezamenlijk toegang moeten krijgen. Er kunnen echter redenen zijn om een geleide­hond niet toe te laten. Er zal dan een praktische oplossing voor de hond gevonden moeten worden.

  1. Het aanspreken van andere zintuigen

Museumbezoek door blinden en slechtzienden kan voor musea ook een stimu­lans zijn te zoeken naar andere presentatiemogelijk­heden waarbij, naast de tastzin, het gehoor, de reuk en de smaak aangesproken worden. Dit kan ook voor zienden een verlevendi­ging en toevoeging betekenen.

  1. Begeleiding gratis

Wij bevelen aan om begeleiders van blinden en slechtzienden gratis toegang te verlenen. Dit heeft een drempelverlagend effect.

Als legitimatie kan de 'begeleiderskaart' (OV-begeleiderskaart) voor kosteloos openbaar vervoer dienen.

Tevens is ons uit­gangs­punt dat een museumbezoek voor blinden en slechtzien­den niet duurder mag zijn dan voor ziende bezoekers.

Aanbevelingen bij een rondleiding

Een speciale rondleiding voor blinden en slechtzienden is vaak wenselijk en soms noodzakelijk. Evenals bij goedzienden staat de mondelinge toelichting hierbij centraal. Een groep blinden en slechtzienden stelt iets andere eisen aan de kwaliteit van de verteller en het verhaal.

  1. Inleving

Het is van belang dat de rondleider zich voorbereidt op de komst van de groep blinden en slechtzienden en zich naar vermogen probeert in te leven in de specifie­ke behoeften van de mensen met een visuele beperking.

Het gebruik van termen als 'kijken' en 'zien' en dergelijke, hoeft niet krampach­tig verme­den te worden.

  1. Het deel representatief voor het geheel

Bij het ontsluiten van een deel van de collectie moet er op gelet worden dat het aantal objecten dat voor aanraking in aanmerking komt, voldoende is en repre­sentatief is voor de totale collectie.

  1. Voldoende tijd

Onze ervaring leert dat blinden en slechtzienden door hun andere manier van waarnemen aanzienlijk meer tijd nodig heb­ben, anderhalf à twee keer zoveel.

Deze manier van waarnemen kost ook aanzienlijk meer energie, zodat de beschikbare tijd optimaal benut moet worden. Het is dan ook aan te bevelen de groepen tijdens een speciale rondleiding niet groter te maken dan maximaal 6 blinden/slechtzienden, vergezeld van hun begeleiders.

  1. Extra begeleiding

Zo mogelijk is de inzet van stagiaires en/of vrijwilligers als extra ondersteuning aan te bevelen.

  1. Tastbereik

Voorwerpen die betast kunnen worden, moeten op een goede tast­hoogte worden geplaatst: het optimale verticale tastbereik van de handen bevindt zich tussen ca. 65 cm en 150 cm vanaf de grond, het horizontale tastbereik op ca. 65 cm.

Hulpmiddelen en aanpassingen voor blinden en slechtzienden

Belangrijk uitgangspunt bij het treffen van voorzieningen voor blinden is dat de tast, het gehoor, de smaak en de reuk de enige zintuigen vormen waarmee contact kan worden gemaakt met de wereld en dus ook met museale objecten.

  1. Consequente lay-out

Het plaatsen van brailleborden/grootletterteksten bij een object moet te allen tijde consequent zijn. Het is aan te bevelen tekstborden rechts van het object te plaatsen, zodat de bezoe­ker precies weet waar hij de tekst kan vinden.

Slechtzienden kunnen ondanks hun beperking vaak nog heel wat zien wanneer er voor voldoende contrast, belichting, letter­grootte e.d. gezorgd wordt. De tast is dan een aanvulling voor het waarnemen van details.

  1. Routing

Wanneer een museum een tentoonstelling zo aanpast dat de blinde of slecht­ziende in staat is om de expositie zelfstandig te bezoeken, moet men kiezen voor een logische route die gemakkelijk te volgen is. Er kan gebruik gemaakt worden van verschillende soorten markeringen.

  1. Gesproken informatie

Een audiotour kan gebruikt worden als 'gespro­ken gids', waarmee een bezoe­ker zijn weg kan vinden door het museum. De apparaten moeten dan wel gemakkelijk te bedienen zijn voor de doelgroep en de teksten zullen meer handvatten moeten bieden om gerichter te kunnen waarnemen dan voor een goedziende bezoeker.

Een 'gesproken catalogus' op CD, die door de bezoeker van tevoren bij het museum kan worden besteld en thuis beluis­terd kan worden, zal voor de voorbereiding van een bezoek zeer behulpzaam kunnen zijn.

Deze informatie zou ook via de website van het museum toegankelijk moeten zijn, zodat blinden en slechtzienden met behulp van hun schermlezers de website kunnen raadplegen en/of een audiofile kunnen downloaden.

  1. Gebruik van teksten

Bij de tentoonstelling kan men gebruik maken van brailletek­sten voor blinden en grootletterteksten voor slechtzienden. Het is aan te bevelen om gebruik te maken van de A-tekst (deze is kort, vaak alleen maar een of meerdere kernwoor­den) en de D-tekst (deze is kort, gemiddeld 25 woorden met een vaste struc­tuur). De aanvul­lende informatie kan gegeven worden door de rondleider.

Door het plaatsen van QR-codes kan ook veel informatie worden geboden aan de bezoeker die gebruik maakt van een smartphone en VOICE-OVER.

  1. Reliëfkaarten

De reliëfkaart en voelbare tekening zijn een uitstekend middel om aan de bezoeker meer informatie over een voorwerp te geven. In het museum zijn deze reliëfs ook goed te gebrui­ken om de plattegrond van uw eigen museum weer te geven of de omtrekken van steden/landen aan te geven. Daarnaast kunnen reliëfs ook gebruikt worden om foto's, schilderijen, objecten of architectuur te verduidelijken of ook door deze eventueel in een aangepaste catalogus op te nemen. Er zijn verschillende soorten materiaal waarmee reliëfkaarten en voelbare tekeningen worden vervaardigd.

  1. Gebruik maquettes en replica's

Om een goede indruk te krijgen van het gebouw zijn maquettes een goed hulpmiddel. Zijn er teveel bezwaren tegen het aanraken van interessante voorwerpen, dan kunnen replica's een alter­natief bieden.

  1. Audiomiddelen

Het gebruik van akoestische middelen kan het museumbezoek voor een ieder verleven­digen, maar is voor blinden en slechtzienden vaak een noodzakelijke ondersteuning.

Hierbij kan gedacht worden aan een verhaal van de kunstenaar of een nage­speelde situatie uit een bepaalde tijd, de beschrijving van objecten (audio­de­scriptie) en muzikale onder­steuning.

  1. Tip

Het in een groep laten rondgaan van representatieve objecten uit de museumwinkel kan een goede aanvulling vormen op het museumbezoek.

Aanvullende aanpassingen voor blinden

  1. Brailleteksten

Brailleteksten die wat langer zijn, kunnen het beste op heup­hoogte en schuin achterover geplaatst worden.

  1. Aanraken van voorwerpen

Het aanraken van voorwerpen is voor blinden een belangrijke voorwaarde voor een optimale beleving van de museumvoorwerpen. Indien aanraken kan, geef dan de tijd om zelf het voorwerp te herkennen of vraag of aanwijzingen gewenst zijn.

Aanvullende aanpassingen voor slechtzienden

  1. Verlichting en markering

Een optimale belichting is ook voor slechtzienden be­langrijk.

Algemene adviezen over de lichtintensiteit zijn moeilijk te geven - sommige slecht­zienden vragen om veel licht, anderen zijn snel verblind - maar goede contras­ten zijn voor alle slecht­zienden erg belangrijk. Dit laatste is alleen al belangrijk voor het aangeven van gevaarlijke situaties, zoals bijvoor­beeld afstapjes of lage doorgangen.

  1. Grootletterteksten

Grootletterteksten op geplastificeerde zaalfolders kunnen zelfstandig bezoek aan musea door de slechtzienden vergemak­ke­lijken.

Belangrijke adressen voor aanpassingen en informatie

Adressen voor aanpassingen en informatie

Verspreid over Nederland is er een aantal regionale instellin­gen voor maatschap­pelijke dienstverlening en ambulante revali­datie voor blinden en slechtzienden. De medewerkers zijn belangrijke inter­mediairs tussen blinden en slechtzienden ener­zijds en de toenemende visuele informa­tie­stroom anderzijds.

Een centraal revalidatie­centrum met verblijfsmogelijk­heden is het Loo Erf te Apeldoorn.

De adressen van deze instellingen zijn op te vragen bij de Ooglijn van Oogvereniging Nederland, telefoonnummer: 030-2945444.

Oogvereniging Nederland

Belangenorganisatie van mensen met een visuele beperking en hun naasten

Postbus 2344 3500 GH Utrecht Telefoon: 030-2992878

Ooglijn voor hulp en advies: 030-2945444 E-mail: ooglijn@oogvereniging.nl Website: www.oogvereniging.nl

Bibliotheekservice Passend Lezen Voor lectuur voor mensen met een leesbeperking Zuid-Hollandlaan 7 2596 AL Den Haag

Telefoon: 070-3381500 E-mail: klanten@passendlezen.nl Website: www.passendlezen.nl

Overige belangrijke adressen

Stichting Accessibility

Voor toegankelijkheid van Internet, Software en Electronische Apparatuur
Telefoon: 030-2398270
E-mail: info@accessibility.nl
Website: www.accessibility.nl

Stichting Dedicon

Voor toegankelijke informatie (reliëfkaarten, bladmuziek, studielectuur)
Dedicon (hoofdkantoor Grave)
Traverse 175
5361 TD Grave

Postbus 24, 5360 AA Grave
Telefoon: 0486-486486
E-mail: info@dedicon.nl
Website: www.dedicon.nl

Stichting KUBES

Kunst en cultuur voor blinden en slechtzienden.
Bevordert de deelname van blinden en slecht­zien­den aan het culturele leven door het organiseren van workshops, excursies en exposities en de advisering van musea.
Telefoon: 0183-303050 (alleen op werkdagen)
E-mail: secretaris@kubes.nl
Website: www.kubes.nl

Stichting Museum4all

Geeft een overzicht van toegankelijke musea.
Website: www.museum4all.eu

Stichting Oogfonds Nederland

Werft fondsen voor wetenschappelijk onderzoek en geeft voorlichting.
Heeft onder meer de RAAK-Stimuleringsprijs ingesteld om musea te stimuleren een specifiek programma voor mensen met een visuele beperking te ontwikkelen.
Catharijnesingel 40
3511 CG Utrecht
Postbus 2086, 3500 GB Utrecht
Telefoon: 030-2545711
E-mail: mijnogen@oogfonds.nl
Website: www.oogfonds.nl
Website: www.raakstimuleringsprijs.nl

Stichting Oren en Ogen Tekort

Heeft tot doel kunst en cultuur toegankelijker maken voor mensen met een visuele of auditieve beperking.
E-mail: info@orenenogentekort.nl
Website: www.orenenogentekort.nl

Hoe bereiken we de doelgroep?

Bij het bekendmaken van een speciaal voor blinden en slecht­zienden aangepaste tentoonstelling of rondleiding is het uiteraard van belang dat de doelgroep ook via zijn eigen communicatiekanalen wordt bereikt, zoals braille en gespro­ken periodieken.

Die eigen kanalen zijn onder meer: Moet je horen (Dedicon), Oog (Oogvereniging Nederland), KUBES in Beeld en KUBES Nieuwsflits (Stichting KUBES).

Het museum kan ook direct een mai­ling sturen naar blindenin­stitu­ten, scholen voor blinden en slecht­zienden, revalidatie­centra en bibliotheken voor toegankelijke lectuur en informa­tie. Deze kunnen bereikt worden via Bartimeus en Visio.

Aandachtspunten voor begeleiders (versie 2020), KUBES

Onderstaande bijlage wordt door Stichting KUBES verstrekt aan vrijwilligers/begeleiders als zij voor het eerst blinde of slechtziende deelnemers aan een KUBES-excursie begeleiden. Veel van de punten zijn echter ook toepasbaar op de begeleiding die museummedewerkers tijdens museumbezoek aan blinden en slechtzienden willen geven.

KUNST EN CULTUUR VOOR BLINDEN EN SLECHTZIENDEN

Aandachtspunten voor begeleiders van blinden en slechtzienden

Inleiding

Wellicht is het de eerste keer dat u samen met blinde of slechtziende personen op pad gaat. Wij kunnen ons goed voorstellen dat u zich afvraagt hoe dat in z'n werk gaat en wat er van u wordt verwacht.

U zult merken dat een heleboel dingen vanzelf gaan. Omgaan met iemand die blind of slechtziend is, verschilt niet van het omgaan met personen die goed kunnen zien. Hoe meer u gewoon zichzelf kunt zijn, hoe soepeler het contact zal verlopen.

Als u toch even niet weet hoe u iets kunt aanpakken of welke hulp gewenst is, kunt u dit altijd vragen aan de persoon die u begeleidt. Zo kunt u zich door hem of haar laten instrueren en samen zoeken naar de meest prettige vorm van contact. Beschouw het niet alleen als úw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het contact naar wederzijdse tevredenheid verloopt. Dit is óók de verantwoordelijkheid van de blinde of slechtziende deelnemer zelf. Hij of zij kan immers ook op eigen initiatief aangeven welke hulp gewenst is en op welke manier.

Om u toch enigszins op weg te helpen, willen we u hieronder enkele richtlijnen geven die u in het begin wat houvast kunnen bieden. We adviseren u deze richtlijnen niet al te strikt te nemen: beschouw ze liever als een kleine handreiking, ieder mens is verschillend en dit betekent dat u ieder mens dan ook verschillend zult benaderen. Wat we voor u hebben opgeschreven is dus geen 'gebruiksaanwijzing'. Het kan u echter wel helpen op een aantal situaties voorbereid te zijn, zodat u op een prettige wijze met de ander om kunt gaan.

Het eerste contact

Bij een eerste ontmoeting is het geven van een hand gebruikelijk. Voor blinden en slechtzienden is dit extra belangrijk. Het geeft informatie over u, zoals voor een goedziende het uiterlijk een eerste indruk geeft.

Als u zich daarbij even voorstelt, kan ook uw stem bijdragen aan die eerste indruk.

Bij het geven van een hand moet u ervan uitgaan dat een blinde of slechtziende uw hand niet ziet, dus kondig aan dat u een hand wilt geven.

Het is prettig met de ander te overleggen over de aard van de hulp die gewenst wordt.

De meeste mensen (ook blinden en slechtzienden) zijn gesteld op hun zelfstandigheid en het is dan ook belangrijk dat uw metgezel zich bij uw hulp toch zelfstandig kan blijven voelen. Als u bespreekt welke hulp uw metgezel wenst, kunt u denken aan:

  • hulp bij het vinden van de garderobe, kluisjes, toiletten enz.
  • hulp bij het op de eigen wijze ervaren van de objecten van de tentoonstelling
  • hulp bij het naar huis gaan (iemand naar trein of bus brengen)

Het begeleiden

U zult merken dat iedere blinde of slechtziende anders begeleid wil worden. Sommigen willen graag bij u aan de arm lopen, anderen geven er de voorkeur aan dat u hen vasthoudt en weer anderen lopen liever gewoon naast u. Door vragen komt u erachter wat iemand de meest prettige manier van begeleiden vindt. Het is hierbij wel belangrijk de ander niet 'voort te duwen'. Een voor beide personen prettige begeleiding is pas mogelijk als ook u prettig loopt, d.w.z. zonder te veel onnodige spanning of een onnatuurlijke houding.

Voor sommige mensen is het belangrijk dat u ze voorbereidt op obstakels en drempels en eventueel trapleuningen aanreikt. Bij roltrappen willen sommigen eerst even contact met de leuning voordat ze erop stappen.

Bij het op- of afgaan van trappen of stoepranden is het prettig om te weten of de trap of stoep omhoog of omlaag gaat. Bij trappen kunt u aangeven of er een tussenplateau is en of daar een bocht naar links of rechts te verwachten is.

Richting kunt u aangeven door concrete termen te gebruiken, zoals 'links' of 'rechts'. Termen als 'aan die kant' of 'daarginds' zijn vaag, omdat blinden, maar ook veel slechtzienden niet kunnen waarnemen welke kant u daarbij uit wijst.

Als u een smalle doorgang passeert, is het in de regel handig als u vooroploopt. Hierbij steekt u uw elleboog wat naar achteren, zodat uw metgezel deze kan vasthouden en u zo kan volgen. Een andere volgmethode in deze is, dat uw metgezel zijn of haar hand op een van uw schouders legt.

Pauzeren

U kunt een zitplaats aanwijzen door de hand van uw metgezel op de armleuning of rugleuning van de stoel te leggen, zodat hij of zij weet hoe de stoel staat en veilig kan gaan zitten.

Het is tevens belangrijk om te vertellen of er een tafel in de buurt staat en waar die zich bevindt. Als u iets aanreikt is het belangrijk dat u vertelt waar u dit neerzet.

De meeste blinden willen dan even voelen waar het staat en kunnen het zelf verplaatsen naar een voor hen gemakkelijkere positie. Wanneer dat niet goed uitkomt, om welke reden dan ook, verplaats het nooit zonder overleg. Dit voorkomt vervelende ongelukjes.

Gaat u samen iets halen bij bijv. een buffet, dan kunt u vertellen wat er te drinken en te eten is. De vraag 'wat wil je eten' is lastig te beantwoorden wanneer je niet ziet wat er aangeboden wordt. Wanneer u diverse gerechten op een bord schikt, is het handig wanneer u het bord voorstelt als een klok. U kunt dan bijvoorbeeld zeggen: 'op 12 uur ligt vlees, op 3 uur kaas en op 6 uur salade'.

Mocht uw metgezel gebruik willen maken van het toilet, dan kan het praktisch zijn hem of haar te wijzen waar het toiletpapier zich bevindt en waar het doorspoelsysteem, handdoek e.d. te vinden zijn. Als u in de buurt van het toilet op uw metgezel wacht, is het prettig om af te spreken waar.

Overige zaken

Uw metgezel zal het waarderen als u hem of haar altijd rechtstreeks aanspreekt. Om de aandacht van uw metgezel te krijgen, kunt u even zijn of haar naam noemen. Ook een aanraking is een goede vervanging van het in deze situaties gebruikelijke oogcontact. Als u met uw metgezel praat, is het fijn als u hem of haar gewoon aankijkt. Al kan de ander dan niet of nauwelijks echt terugkijken, toch maakt dit het contact directer.

Mocht het nodig zijn dat u even uw metgezel verlaat, dan is het belangrijk dat u dit tegen hem of haar zegt. Op deze manier voorkomt u dat een blind of slechtziend persoon tegen een lege stoel zit te praten. Het kan ook gebeuren dat u in gesprek bent terwijl iets anders u afleidt. Gaat het hierbij om dingen die uw gesprekspartner niet kan opmerken, dan is het prettig hem of haar hiervan deelgenoot te maken. Hij of zij kan dan beter begrijpen waarom u even niet meer luisterde.

Wanneer u in een ruimte komt en u wilt uw metgezel een zitplaats aanbieden, dan is het voor die persoon prettig om te weten of de rest van de aanwezigen ook zitten. Als hij of zij ontdekt dat iedereen staat, geeft dat een gevoel van buitengesloten zijn. Een statafel kan heel prettig zijn omdat het groepje dan dicht bij elkaar staat en de gesprekken dan gemakkelijker te volgen zijn.

In een volle ruimte is het voor blinden en slechtzienden lastig om uit al die geluiden de stem van de gesprekspartner te blijven horen. Door het ontbreken van oogcontact heeft communicatie niet de ondersteuning van mimiek en gebaren. In een rumoerige ruimte of bij een plotselinge ontmoeting zal uw metgezel niet altijd direct uw stem herkennen.

Schroom dus niet om even uw naam te noemen, zodat uw metgezel zeker weet dat u het bent.

Het is zeer beleefd om een deur voor iemand open te houden, maar dit kan toch tot misverstanden leiden. Handiger is om de hand van uw metgezel op de deurklink te leggen of even geluid te maken met de deur, zodat hij of zij weet waar de deur is. Wanneer een ander een deur opent, is het lastig in te schatten hoe breed de doorgang is. Daarom is het handiger uw metgezel zelf de deur te laten openen, zodat hij of zij de draaicirkel kan voelen. Overigens vinden niet alle blinden en slechtzienden deze aanpak prettig, dus vraag altijd even wat gewenst is.

U hoeft woorden als 'zien', 'bekijken' enz. niet te vermijden. Blinden en slechtzienden gebruiken deze woorden zelf ook en beschouwen het als normaal taalgebruik. Ook over kleuren of andere dingen die voor blinden en slechtzienden soms moeilijk waar te nemen zijn, kunt u gewoon praten.

Voor slechtzienden kan een goede verlichting van belang zijn om toch nog iets van u en de omgeving te kunnen waarnemen. Anderen raken juist verblind door licht. Soms kan dit betekenen dat een slechtziende u vraagt om een speciale plaats te zoeken in een restaurant of andere ruimte.

Het betasten of van heel dichtbij bekijken van objecten neemt meer, soms veel meer tijd in beslag dan het met de ogen bekijken ervan. Dit kan wel eens wat geduld van u vragen. Het is belangrijk om de blinde of slechtziende eerst zelf te laten ontdekken wat iets voorstelt, of een indruk te krijgen van het object.

Hij/zij zal zelf om meer informatie vragen als hij/zij daaraan toe is. Als u twijfelt kunt u vragen of nadere informatie op prijs gesteld wordt.

Neem nooit onaangekondigd - om bijvoorbeeld iets aan te wijzen - de taststok uit handen van uw metgezel. Ga met betrokkene in overleg en geef aan dat u met de stok iets kunt aanwijzen.

Geleidehonden

Het functioneren van een geleidehond tijdens groepsactiviteiten zoals door KUBES georganiseerd, vergt enige aanpassing.

Overleg met je metgezel of hij of zij de hond geleidewerk wil laten doen of dat u het begeleiden overneemt en de hond de baas volgt. De hond loopt in dat geval aan de riem, maar kan de beugel blijven dragen zodat de hond in een soort van 'standbystand' blijft en geleidewerk kan oppakken wanneer de situatie zich daarvoor leent. De hond zal dan ook op de baas gericht blijven en gereserveerd reageren op omstanders. Het is niet toegestaan een hond die het geleidetuig draagt te aaien. Pak nooit de beugel op, ook niet om die uw metgezel aan te reiken.

Voer wordt alleen door de baas gegeven, omdat dat de persoon is die de hond mag belonen.

Geleidehonden mogen niet op de roltrap, dit kan gevaarlijk zijn. Zoek in dat geval een vaste trap of een lift.

Het kan zijn dat de hond moet worden uitgelaten. In een drukke stad kan dit lastig zijn, maar geleidehonden wordt geleerd hun behoefte in de goot te doen. U kunt dan kijken of de situatie veilig is en de auto's niet te dicht langs de hond rijden.

De hond zal u erg dankbaar zijn wanneer u voor een bak vers water zorgt.

De geleidehondgebruiker blijft altijd verantwoordelijk voor het gedrag van de hond.